Inleiding van Maarten Meevis van KinKorn

De Schot Goldsworthy (1957) is één van de weinigen die landschapskunst maakt met bloemblaadjes, rietstengels en regendruppels. Zijn werk, waarin de relatie tussen de mens en natuur centraal staat, heeft een spirituele schoonheid en is tegelijkertijd aards en zintuigelijk. Een landschapskunstenaar die soms enorme stenen en bomen bewerkt, maar nog vaker de vergankelijkheid zoekt. Ook in de stad ziet hij overal natuur, niet alleen op de aangewezen plekken. Zo gaat hij als het regent op een willekeurige plek op de grond liggen. Als hij opstaat is zijn afdruk nog droog, zodat zijn silhouet voor even de stoep siert. Een paar regendruppels later is de vorm al weer verdwenen. De speelse documentaire zit vol met vondsten en levenslust. Bij Goldsworthy beklijft niet wat blijft, maar wat verdwijnt.

 Museum de Wieger